RvB_th

Onderstaand tref je het Fokreglement aan wat geldt voor onze vereniging de rvTT.
Dit fokreglement is tot stand gekomen na overleg in de Werkgroep Fokkerij en Gezondheid van de Raad van Beheer. De voorzitter van de rvTT, Chris van Bommel,  is van het begin af lid van deze werkgroep, eerst op persoonlijke titel en later in de functie van voorzitter van het overleg Rasgroep 9, gezelschapshonden.

De opzet van het Vereniging Fokreglement is zo dat het in vorm en uitvoering gelijk is voor alle rasverenigingen van alle rassen. Sommige regels zijn voor alle rasverenigingen gelijk en komen voort uit het Kynologisch Reglement van de Raad.

Soms geldt er een minimumeis waar een rasvereniging wel een verzwaring mag toepassen maar nooit een verlichting. Hierdoor kunnen rasverenigingen voor het zelfde ras zich van elkaar onderscheiden.

Mochten er vragen zijn kun je gebruikmaken van het contactformulier.

1. Algemeen

1.1.     Dit reglement voor de rvTT, hierna te noemen de vereniging beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras de Tibetaanse Terriër zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de vereniging op 15 september 2013. Inhoudelijke aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de rvTT.

1.2.     Dit Verenigingsfokreglement (VFR) geldt voor alle leden van de vereniging voor de rvTT, woonachtig in Nederland.

1.3.     Het bestuur van de vereniging verplicht zich, de door de Algemene Vergadering van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vastgestelde wijzigingen van het Kynologisch Reglement (KR), die betrekking hebben op dit Verenigingsfokreglement, terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde in artikel 1.1 behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de algemene ledenvergadering van de vereniging.
Dit ontslaat de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te zijn en te blijven van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur van de vereniging hier in gebreke blijft.

1.4.     Voor wat betreft de omschrijving van de in dit VFR genoemde definities gelden de omschrijvingen zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

1.5.     Voor wat betreft de externe regelgeving gelden de regels zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

1.6.     Inschrijving van een nest in de Nederlandse stamboekhouding (NHSB) door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vindt plaats conform de regels zoals vastgelegd in het Kynologisch Reglement.

2. Fokregels

Artikel VIII.2 KR in samenhang met regels van de vereniging.

2.1.    Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar zoon of haar kleinzoon.
Pups, voortgekomen uit één van de genoemde combinaties, zullen niet in het NHSB worden ingeschreven (Artikel VIII.2 KR en Artikel III.14 lid 1l KR)
Naast bovenstaande verwantschappen zijn ook de volgende combinaties niet toegestaan:

  • tevens mag de teef niet worden gedekt door haar halfbroer of haar neef (zijnde de zoon van haar broer of zus danwel de zoon van haar tante of oom).

2.2.    Herhaalcombinaties:
Dezelfde oudercombinatie is maximaal tweemaal toegestaan

2.3.    Minimum leeftijd reu:
De minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 15 maanden zijn.

2.4.    Aantal dekkingen:
Er geldt een dekbeperking voor de reu, inhoudende dat hij niet meer dan het totaal aantal van 60 nakomelingen in Nederland mag voortbrengen.
Als geslaagde dekking geldt een dekking waaruit minimaal één levende pup is voortgekomen en ingeschreven in het NHSB.
NB 1: In bijzondere omstandigheden zal een nest niet worden ingeschreven in het NHSB (artikel III.14 KR).
Ook dan wordt uitgegaan van een geslaagde dekking.
NB 2: indien sperma wordt gebruikt van de reu voor kunstmatige inseminatie (KI), telt dit mee als een ‘dekking’.

2.5.    Cryptorchide en monorchide:
Cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.

2.6.    Gebruik buitenlandse dekreuen: Wanneer een lid van de vereniging voor een dekking een niet in Nederlands eigendom zijnde reu, welke wel staat ingeschreven in een door de FCI erkende stamboekhouding, wil gebruiken dan dient deze bij voorkeur te voldoen aan de gezondheidseisen zoals deze door de vereniging gesteld worden.

Daar nog niet elk land dezelfde regels en/of normen hanteert, dient de buitenlandse reu minimaal aan de volgende voorwaarden te voldoen

  • De reu moet zijn ingeschreven in een buitenlands stamboek van een FCI land, of een land dat door de FCI is erkend, conform het gestelde in artikel III.21 lid 2 KR;
  • De uitslag van de in het betreffende land uitgevoerde gezondheidsonderzoeken en de kwaliteit van het onderzoek dienen vergelijkbaar te zijn met de onderzoeken zoals deze door de vereniging in dit VFR zijn opgenomen;
  • Mocht in een buitenlands onderzoek een (deel)test niet zijn opgenomen welke wel wordt uitgevoerd in de Nederlandse variant, dan dient de teef in ieder geval vrij te zijn van de afwijking waar in de Nederlandse variant op wordt getest;
  • de verplichting tot het uitvoeren van DNA testen dienen onverkort te worden gehandhaafd.

2.7. Kunstmatige inseminatie (sperma van levende en/of overleden dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een nog in leven zijnde/of overleden dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit Verenigingsfokreglement alsof het een natuurlijke dekking van de dekreu betreft.

3. Welzijnsregels

3.1.     Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van 20 maanden heeft bereikt.

3.2.     Een teef, waaruit niet eerder pups zijn geboren, mag niet worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden heeft bereikt.

3.3.      Een teef, waaruit eerder pups zijn geboren, mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 96 maanden heeft bereikt.

3.4.     Een teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop haar vijfde nest is geboren.

3.5.     Tussen de geboortes van twee opeenvolgende nesten van dezelfde teef dient een termijn van minstens 12 maanden te zitten.

3.6.     De geboorte dient in principe een natuurlijk verloop te hebben. Indien  de geboorte van een nest voor de tweede maal operatief, door middel van een keizersnee (sectio ceasarea) heeft plaatsgevonden, mag de teef verder niet meer voor de fokkerij worden ingezet.

4. Gezondheidsregels

4.0. De rvTT hanteert als uitgangspunt voor de handhaving van een gezonde populatie Tibetaanse terriërs dat het verboden is om te fokken met honden welke aantoonbaar lijden aan een ziekte en/of aandoening welke de gezondheid van de ouderdieren en/of hun nakomelingen schade kan berokkenen, ook al zijn deze ziektes en/of aandoeningen niet rasspecifiek.

4.1.    Gezondheidsonderzoek (screening) ouderdieren: preventieve screening van ouderdieren moet, als het gaat om: HD onderzoek, ED onderzoek, oogonderzoek en doofheidonderzoek, plaatsvinden door deskundigen die erkend zijn door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opgestelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.

4.2.    Verplicht screeningsonderzoek.
Op basis van wetenschappelijk onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras vastgesteld en moeten de ouderdieren vóór de dekking worden onderzocht op

  • Heup Dysplasie, fokdieren dienen onderzocht te zijn op HD, waarbij voor de fokkerij de volgende combinaties toegestaan zijn:
    HD-A x HD-A,
    HD-A x HD-B,
    HD-A x HD-C,
    HD-B x HD-B.
  • Binnen het jaar vóór dekking dienen beide ouderdieren een ECVO onderzoek op erfelijke oogaandoeningen te hebben ondergaan en dient de uitslag voor alle als erfelijk beschouwde oogziekten vrij te zijn. Echter:Distichiasis, indien door een ECVO onderzoek wordt vastgesteld dat er weinig distichiën aanwezig zijn, geldt als regel dat bij weinig distichiën een combinatie is toegestaan met een partner welke vrij van distichiasis is.
    Membrana Pupillaris Persistens, honden welke de aandoening MPP in lichte mate bezitten volgens de ECVO uitslag, mogen voor de fokkerij worden ingezet, mits zij worden gekruist met een hond welke vrij is verklaard van MPP volgens een geldige ECVO test.

Daarnaast moeten in het kader van de preventie van erfelijke afwijkingen de ouderdieren vóór de dekking onderzocht worden op:

  • Primaire Lensluxatie (PLL), alle Tibetaanse terriërs welke worden ingezet voor de fokkerij dienen op basis van een door de rvTT erkend DNA onderzoek getest te zijn op al dan niet aanwezig zijn van de mutatie dat LL veroorzaakt.
  • Canine Ceroid Lipofuscinosis (CCL), alle Tibetaanse terriërs welke worden ingezet voor de fokkerij dienen op basis van een door de rvTT erkend DNAonderzoek getest te zijn op al dan niet aanwezig zijn van de mutatie dat CCL veroorzaakt.
  • Progressieve Retina Atrofie (PRA), alle Tibetaanse terriërs welke worden ingezet voor de fokkerij dienen op basis van een door de rvTT erkend DNAonderzoek getest te zijn op al dan niet aanwezig zijn van de mutaties welke PRA rcd4 en PRA3 veroorzaken.

Voor alle DNA testen zijn de volgende combinaties toegestaan:
vrij x vrij is toegestaan
vrij x drager is toegestaan
De uitvoeringsregeling DNA testen is als bijlage behorende bij dit fokreglement, opgenomen.

4.2.1    Dispensatie.
Dispensatie voor de verplichte DNA onderzoeken CCL, PLL en PRA wordt door het bestuur verleend indien kan worden aangetoond dat beide ouderdieren van de hond waarmee gefokt gaat worden, vrij zijn van deze aandoeningen. Voor het aantonen dient overlegd kunnen worden (kopieën van de testresultaten CCL, PLL en PRA en het DNA profiel van beide ouderdieren.
De term voor deze dispensatie is de internationaal gebruikelijke term:
FREE BY PARENTHOOD.
Uitdrukkelijk wordt hierbij aangetekend dat nakomelingen van een combinatie met FREE BY PARENTHOOD ouders, bij het inzetten in de fokkerij zelf wel getest dienen te worden.

4.3 Aandoeningen
Heupdysplasie:
honden met een HD uitslag: HD C, HD D en HD E mogen niet worden ingezet voor de fokkerij. Een hond met de uitslag HD-C mag wel gebruikt worden indien gecombineerd met een hond met uitslag HD-A.
Distichiasis: honden met uitslag distichiasis niet vrij mag niet mee worden gefokt, tenzij de uitslag vermeldt weinig distichiën, dan mag er met een hond gekruist worden welke de uitslag distichiasis vrij heeft.
Membrana Pupilaris Persistens. honden met de uitslag niet vrij mmogen niet ingezet worden voor de fokkerij tenzij vermeld is dat het om een geringe mate gaat. In deze gevallen mag er enkel worden gekruist met honden welke vrij zijn van MPP.
Epilepsie. met honden welke lijden aan epilepsie mag niet mee worden gefokt.
Lijders aan PLL, CCL en PRA Indien middels DNA testen is vastgesteld dat een hond lijder is aan één of meerdere genoemde aandoeningen mag deze niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.

4.4 Diskwalificerende fouten.
Geadviseerd wordt dat met Tibetaanse terriërs welke de niet erkende vachtkleur(en) bezitten, zoals lever en/of chocolade, bij voorkeur niet wordt gefokt.

4.5 Voldoet een fokcombinatie niet aan de hierboven gestelde voorschriften, dan dient altijd en vooraf dispensatie te worden aangevraagd, schriftelijk en gericht aan het bestuur van de rvTT. Wanneer men toch in strijd met de voorschriften voor het fokken handelt, wordt het lidmaatschap opgezegd.
De opzegging geschiedt schriftelijk door het bestuur.
Er wordt niet tot opzegging overgegaan, dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij/zij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld, om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Dit ter beoordeling van het bestuur.
Mocht hiervan geen of onvoldoende gebruik worden gemaakt, wordt het lid zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de bestaande beroepsmogelijkheid.

5. Gedragsregels

5.1.    Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.

5.2.    Voor dit ras is een verplichte gedragstest niet van toepassing.

6. Werkgeschiktheid

6.1.    Voor dit ras is een verplichte werkgeschiktheidtest niet van toepassing.

7. Exterieurregels

7.1    Deelname aan exposities is niet verplicht.

7.2 Fokgeschiktheidskeuringen. Beide ouderdieren moeten minimaal één keer hebben deelgenomen aan een fokgeschiktheidskeuring georganiseerd door de rasvereniging rvTT en daar minimaal de kwalificatie geschikt hebben gehaald.
Deze aankeuring dient uitgevoerd te worden door een keurmeester die normaliter ook op een CAC of CAC/CACIB hondenshow de Tibetaanse terriër ook mag keuren.
7.3 Artikel 7.2 is enkel en alleen van toepassing op ouderdieren welke in Nederland verblijven.
7.4 Dispensatie voor een aankeuring wordt verleend aan honden welke voorafgaand aan een geplande dekking minimaal tweemaal een CAC of CAC/CACIB show hebben bezocht en daar (onder verschillende keurmeesters) minimaal de uitslag Zeer Goed hebben behaald.

8. Regels afgifte pups, welzijn pups

8.1.    Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Paspoort voor Gezelschapsdieren. De pups dienen bij aflevering adequaat ontwormd te zijn en zij dienen voorzien te zijn van een unieke ID transponder.

8.2.    Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 8 weken. Tussen de eerste enting en de overdracht aan de nieuwe eigenaar moeten minimaal 7 dagen zitten.

9. Slot- en overgangsbepalingen

9.1.    Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.

9.2.    Gezondheidsuitslagen, exterieur, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.

9.3.    In bijzondere gevallen kan de vereniging bij een besluit met betrekking tot het toestaan van een bepaalde combinatie afwijken van dit VFR, indien de belangen van het ras daardoor worden gediend. Een besluit op basis van dit lid wordt met redenen omkleed naar de leden van de vereniging gecommuniceerd.

10. Inwerkingtreding

Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de rvTT op:
01 mei 2016, Oosterhout

De voorzitter, De secretaris
W.J.C. van Bommel R. Kassels